Richtlijn Pakketreizen/wet op de reisovereenkomst

Door toename van het toerisme en daarmee ook de toename van problemen waar toeristen tegenaan lopen, is de roep om regulering ontstaan. Op Europees niveau is in 1990 de Richtlijn pakketreizen tot stand gekomen. In 2015 is deze vervangen door de huidige Richtlijn Pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen. Deze Richtlijn is in 2018 omgezet in ons Burgerlijk Wetboek in de zogenoemde wet op de reisovereenkomst (titel 7.7A BW). Deze Richtlijn en de daarop gebaseerde Nederlandse wet vormen veelal de juridische basis voor de relatie tussen de reisondernemingen en de reiziger.

Een belangrijk gegeven met betrekking tot de Richtlijn Pakketreizen/wet op de reisovereenkomst is dat hieruit volgt dat er niet ten nadele van de reiziger kan worden afgeweken van deze bepalingen.

De Richtlijn maakt ook duidelijk dat er sprake is van volledige harmonisatie: dat wil zeggen dat de Nederlandse wetgever niet minder, maar ook niet meer bescherming mag toekennen aan de reizigers dan uit de Richtlijn voortvloeit. Deze maximum harmonisatie wil niet zeggen dat op de pakketreisovereenkomst uitsluitend de artikelen uit titel 7.7A BW van toepassing zijn. Voor zover de Richtlijn bepaalde onderwerpen van algemeen verbintenissenrecht niet regelt, is namelijk gewoon het nationaal verbintenissenrecht van toepassing.

Zo is onder meer de regeling rond algemene voorwaarden deels van toepassing voor zover de Richtlijn op specifieke onderdelen niets zegt. Ook de ‘Wet Oneerlijke Handelspraktijken’ is van toepassing op het aanbieden, sluiten en uitvoeren van pakketreizen.

Ook de Nederlandse wetgeving ter implementatie van de Richtlijn Consumentenrechten is deels van toepassing op de pakketreisovereenkomst.

De regelgeving rondom de pakketreisovereenkomst moet natuurlijk ook altijd in samenhang worden bezien met de Europese luchtvaartverordening, de zogenoemde DBC-Verordening. De organisator van een pakketreis waar een vliegticket onderdeel van uitmaakt, is op basis van de Richtlijn/wet ook verantwoordelijk voor het luchtvervoer. Veel organisatoren van pakketreizen schakelen daarvoor ander dienstverleners (luchtvaartmaatschappijen) in. De DBC-Verordening brengt met zich mee dat de reiziger in sommige gevallen ook rechtstreeks een vordering kan instellen tegen de luchtvaartmaatschappij bij annulering/instapweigering/vertraging.

Vlucht gemist, vertraagd of geannuleerd? Wie moet wat doen?

Aangezien de verplichtingen die de organisator heeft uit hoofde van de pakketreisovereenkomst en de verplichtingen die de luchtvaartmaatschappij heeft op grond van de DBC-Verordening elkaar soms overlappen, kan dit tot discussies leiden tussen organisatoren en de airline. Om enig houvast te kunnen bieden bij de verplichtingen die over en weer bestaan tussen organisatoren, airlines en consumenten, hebben we onderstaand basis schema opgesteld.
Let op: dit schema geeft alleen de hoofdregels weer en is niet bedoeld om een uitputtend te zijn. Op elke hoofdregel bestaan veelal uitzonderingen. Heb je vragen, neem dan ook gerust contact met ons op.

3 vragen en antwoorden over Richtlijn Pakketreizen/wet op de Reisovereenkomst

Gerelateerd nieuws

Samen maken wij het verschil in de aanpak van jouw belangen.