Hof Amsterdam: airline kan coronarisico niet afwentelen op reisorganisator
Bijna zes jaar na het begin van de coronacrisis heeft het Gerechtshof Amsterdam een principiële uitspraak gedaan over de financiële afwikkeling van destijds geannuleerde pakketreizen. In het geschil tussen Prijsvrij Vakanties/Sunmix en Transavia oordeelde het hof dat de luchtvaartmaatschappij de ticketkosten wel moet terugbetalen aan de reisorganisatie. Daarmee oordeelt het hof fundamenteel anders dan de rechtbank in 2023. Wat betekent dit arrest voor reisorganisaties?
Wat speelde er?
Tijdens de coronapandemie werden veel pakketreizen geannuleerd. Reisorganisaties betaalden consumenten terug, maar Transavia weigerde de ticketkosten te restitueren. Transavia stelde zich op het standpunt dat reizigers hadden kunnen vliegen (code oranje was een advies, geen juridisch reisverbod) en dat hun afwezigheid als ‘no-show’ gold.
De kernvraag in deze zaak: wat gebeurt er met het vliegticket als de pakketreis door overmacht (onvermijdbare en buitengewone omstandigheden, artikel 7:509 BW) eindigt? Vervalt dan ook de vervoersovereenkomst met de airline? Of blijft die in stand, met alle financiële gevolgen voor de organisator?
Rechtbank: contract is contract
De rechtbank Noord-Holland stelde Transavia in 2023 in het gelijk. Volgens de rechtbank:
Is een vervoersovereenkomst iets anders dan een pakketreis. Dat de pakketreis werd geannuleerd, betekent niet dat de vervoersovereenkomst ook werd beëindigd. De vervoersovereenkomst tussen de reiziger en Transavia bleef dus bestaan.
Was code oranje was slechts een reisadvies, geen verbod om te vliegen.
Was Transavia geen restitutie verschuldigd en had Prijsvrij geen regresrecht omdat Transavia de vlucht niet had geannuleerd.
Voor reisorganisaties betekende dit dat zij min of meer klem kwamen te zitten. Ze moesten consumenten terugbetalen, maar kregen het geld niet terug uit de keten. Prijsvrij besloot het er niet bij te laten zitten en ging in hoger beroep.
Hof: ketenverantwoordelijkheid is leidend
Het Gerechtshof Amsterdam kiest nu een andere benadering. Niet de losse contracten zijn het uitgangspunt, maar de logica van de pakketreis als geïntegreerde prestatie. Alle onderdelen, dus ook de vlucht, zijn met elkaar verbonden. Eindigt de pakketreis door onvermijdbare en buitengewone omstandigheden (zoals een reisadvies als code oranje)? Dan verliest ook de onderliggende vervoersovereenkomst haar functie. De airline kan zich dan niet meer beroepen op een no show-clausule.
Opmerkelijk is dat het hof erkent dat de algemene voorwaarden van Transavia geen kosteloze annulering bij overmacht toestonden. Maar dat maakt in deze context niet uit. De reisorganisatie handelde hier niet als passagier, maar als partij in de reisketen. B2C-voorwaarden kunnen in die verhouding niet worden gebruikt om wettelijke risico’s af te wentelen, aldus het hof.
Wat betekent dit voor de reissector?
Voor reisorganisaties is dit arrest juridisch en praktisch relevant:
Je kunt wel regres nemen op een airline voor ticketkosten als de pakketreis vanwege onvermijdbare en buitengewone omstandigheden is geëindigd.
Een beroep van de airline op no show-clausules is in die gevallen juridisch niet houdbaar.
Het arrest biedt argumenten om bij contractonderhandelingen met airlines duidelijkere afspraken te maken over de risicoverdeling bij onvermijdbare en buitengewone omstandigheden. Denk aan bepalingen waarin expliciet wordt vastgelegd dat vervoersprestaties die niet zijn geleverd wel moeten worden terugbetaald aan de organisator als die de consument volledig heeft gecompenseerd.
Verwijs bij discussies over terugbetaling van ticketkosten naar dit arrest. Dat geldt niet alleen in lopende geschillen, maar ook bij het signaleren van onredelijke bepalingen in nieuwe leveranciersvoorwaarden.
Leg bij annuleringen door onvermijdbare en buitengewone omstandigheden bovendien duidelijk vast wanneer de pakketreis is beëindigd en informeer je leveranciers tijdig en aantoonbaar.
Voor toekomstige casussen lijkt dit overigens ook richtinggevend. Het hof onderstreept dat het bij onvermijdbare en buitengewone omstandigheden niet alleen gaat om de consument en diens recht op terugbetaling, maar ook om de evenwichtige verdeling van risico’s in de toeleveringsketen.
Lees ook: ‘Hof Amsterdam: regresrecht voor doorverkoper op welke airline bij code-sharing?’
Vragen over reisrecht?
Heb je als reisorganisatie of juridische professional vragen over regresmogelijkheden of EU-wetgeving binnen het reisrecht? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag mee over de juridische implicaties van deze uitspraak en wat dit betekent voor jouw organisatie.