Bv ontbinden bij conflict: stel voorwaarden voordat je meewerkt
De samenwerking loopt vast. Bestuurders staan tegenover elkaar en het vertrouwen is verdwenen. Soms is er ook al discussie over geldstromen of eerdere beslissingen. De gedachte die dan snel opkomt: laten we de bv ontbinden en dit afsluiten. Dat klinkt praktisch. Maar ontbinden is in dit soort situaties zelden een eenvoudige oplossing. Zeker niet als er financiële onduidelijkheid is of partijen elkaar niet meer vertrouwen. De vraag is daarom niet alleen óf je moet ontbinden, maar vooral onder welke voorwaarden je daaraan meewerkt.
Bv ontbinden: hoe werkt dat juridisch?
Een bv wordt ontbonden door een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. Dat is een belangrijk uitgangspunt: niet het bestuur, maar de aandeelhouders nemen dit besluit.
Na de ontbinding volgt de vereffening: Dat betekent dat:
bezittingen worden verkocht
schulden worden betaald
en een eventueel restant wordt verdeeld
Op papier is dat overzichtelijk. In de praktijk ontstaat juist in deze fase vaak discussie, zeker als de verhoudingen al onder druk staan.
Ontbinden bij een conflict: waar gaat het vaak mis?
Bij een goedlopende samenwerking verloopt de ontbinding meestal zonder veel problemen. Maar zodra er sprake is van een conflict, verandert dat. Bijvoorbeeld in een situatie waarin één bestuurder zonder overleg bedragen heeft opgenomen, terwijl er nog verplichtingen openstaan richting personeel of schuldeisers. Als de administratie daarnaast niet volledig is en het vertrouwen ontbreekt, wordt ontbinding al snel een risicovol traject.
Wie op dat moment de regie heeft over de afwikkeling, maakt het verschil. Werk je zonder duidelijke afspraken mee, dan loop je het risico dat onttrekkingen niet worden hersteld of schuldeisers niet (tijdig) worden betaald.
In onze eerdere blog over zelfstandig bevoegde bestuurders zie je hoe snel dit soort situaties kunnen ontstaan. En in de blog over bestuurdersaansprakelijkheid bij onttrekkingen lees je wanneer dat een persoonlijk risico kan worden.
Wanneer mag je voorwaarden stellen?
Medewerking aan ontbinding is vaak geen automatisme. Als aandeelhouder heb je invloed op het besluit en kun je voorwaarden verbinden aan je instemming. Niet om “lastig te doen”, maar om grip te houden op de afwikkeling.
Voorwaarden kunnen bijvoorbeeld zien op het terugstorten van onterecht onttrokken bedragen, het geven van volledig inzicht in de administratie en het maken van concrete afspraken over de betaling van schuldeisers en de wijze van vereffening.
Door deze punten vooraf vast te leggen, voorkom je dat je achteraf moet herstellen wat eerder mis is gegaan.
Wat als je het niet eens wordt over de voorwaarden?
Als partijen het niet eens worden over de voorwaarden, kan de ontbinding vastlopen. De onderneming blijft dan bestaan, terwijl de samenwerking feitelijk al is beëindigd. In die situatie lopen verplichtingen door en kan de financiële positie verder verslechteren. Het gevolg is dat faillissement in beeld komt. Dat is vaak niet de gewenste route, maar soms wel de meest realistische. De regie verschuift dan naar een curator, die de afwikkeling overneemt.
De curator kijkt daarbij niet alleen vooruit, maar ook terug. Handelingen uit het verleden, zoals onttrekkingen, komen opnieuw op tafel. Daarmee ontstaat er een risico op bestuurdersaansprakelijkheid.
Ontbinding, turboliquidatie of faillissement: wat is het verschil?
Het verschil tussen ontbinding en faillissement is groot. Maar in de praktijk speelt vaak nog een derde route: de turboliquidatie. Bij een turboliquidatie wordt de bv direct ontbonden, zonder vereffening, omdat er geen baten meer zijn. Dat kan een snelle en efficiënte oplossing zijn, maar alleen als de situatie daar ook echt ruimte voor biedt en aan de wettelijke voorwaarden voor de turbo-liquidatie is voldaan. Zo mogen er daadwerkelijk geen baten meer zijn, maar ook geen potentiële baten worden voorzien. Als de bv alleen maar schuldeisers heeft en er géén baten (meer) aanwezig zijn op het moment van de ontbinding, dan kan een bv ook met een turbo-liquidatie ontbonden worden.
Maar juist bij een conflict is er geen ruimte voor een turbo-liquidatie. Als er discussie is over onttrekkingen of de administratie niet volledig duidelijk is, is het lastig om met zekerheid vast te stellen dat er geen baten meer zijn. In zo’n situatie brengt een turboliquidatie extra risico’s met zich mee en moet er alsnog een vereffening plaatsvinden. Daar komt bij dat bestuurders bij een turboliquidatie verantwoording moeten afleggen over de financiële situatie. Als achteraf blijkt dat er toch baten waren of dat schuldeisers zijn benadeeld, kan dat leiden tot aansprakelijkheidsvragen.
De keuze tussen ontbinding, turboliquidatie en faillissement hangt daarom sterk af van de omstandigheden. Is er nog voldoende vermogen en vertrouwen om de bv netjes af te wikkelen? Dan ligt ontbinding met duidelijke afspraken voor de hand. Is de situatie onduidelijk of escaleert het conflict? Dan kan faillissement in beeld komen, waarbij een curator het overneemt.
Juist in conflictsituaties is terughoudendheid bij turboliquidatie vaak verstandig.
Wat betekent dit in de praktijk?
In een conflictsituatie is het belangrijk om niet te snel mee te bewegen richting ontbinding. Juist dan is het nodig om stil te staan bij de voorwaarden waaronder je wilt meewerken. Zorg dat afspraken helder zijn en leg ze schriftelijk vast. Neem pas een besluit als er voldoende inzicht is in de financiële situatie en wees alert op mogelijke persoonlijke risico’s.
Tot slot
Een bv ontbinden lijkt een praktische manier om een conflict af te sluiten. In werkelijkheid vraagt het juist om zorgvuldigheid en duidelijke keuzes. Door vooraf voorwaarden te stellen, houd je grip op de afwikkeling en voorkom je dat problemen zich verplaatsen of verergeren.
Zit je in een conflictsituatie en overweeg je ontbinding van de BV? We denken graag met je mee over een aanpak die past bij jouw situatie.