Bestuurdersaansprakelijkheid bij onttrekkingen uit de bv: wanneer wordt het persoonlijk?

In onze vorige blog schreven we over de situatie waarin een zelfstandig bevoegde bestuurder zonder overleg bedragen van de bankrekening van de vennootschap opnam. Als je hier als ondernemer mee te maken is de eerste stap vaak: ingrijpen in de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Maar wat als het geld al is opgenomen? Wanneer blijft dit een intern conflict tussen bestuurders, en wanneer wordt het een persoonlijk probleem voor de bestuurder zelf? In deze blog lees je wanneer onttrekkingen kunnen leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid en waar de risico’s groter worden.

Het uitgangspunt: een bestuurder is niet snel privé aansprakelijk

Een bv is een rechtspersoon, en is in beginsel zelf aansprakelijk voor haar schulden. Dat is voor veel ondernemers een belangrijke reden om met een bv te ondernemen. Het betekent ook dat een bestuurder niet automatisch persoonlijk aansprakelijk is als er iets misgaat. De wet legt de lat bewust hoog. Toch kan een bestuurder onder omstandigheden wél persoonlijk worden aangesproken.

1. Aansprakelijkheid tegenover de vennootschap (artikel 2:9 BW)

Een bestuurder kan aansprakelijk zijn tegenover de vennootschap als hij zijn taak onbehoorlijk vervult en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat laatste criterium is belangrijk. Niet iedere fout of misrekening leidt direct tot aansprakelijkheid. Er moet sprake zijn van duidelijk onzorgvuldig of onaanvaardbaar handelen.

Bij onttrekkingen uit de bv kan sneller worden aangenomen dat sprake is van onbehoorlijk bestuur. Bijvoorbeeld als:

  • er bedragen zonder zakelijke grond worden opgenomen;

  • er geen bestuurs- of aandeelhoudersbesluit aan de opname ten grondslag ligt;

  • de opname strijdig is met statuten of aandeelhoudersafspraken;

  • de financiële positie van de bv kwetsbaar is.

Wanneer is sprake van een ‘ernstig verwijt’?

Of een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is, hangt altijd af van de omstandigheden van het geval. Rechters kijken daarbij onder meer naar:

  • de rolverdeling binnen het bestuur;

  • de mate van transparantie richting mede-bestuurders;

  • de financiële situatie van de onderneming;

  • het moment van de onttrekkingen (bijvoorbeeld vlak voor ontbinding of faillissement);

  • en of de bestuurder de schade heeft hersteld.

Onttrekkingen in een stabiele onderneming met instemming van mede-bestuurders worden anders beoordeeld dan eenzijdige opnames tijdens een conflict of bij dreigend faillissement. Juist in die laatste fase lopen de risico’s snel op.

2. Aansprakelijkheid richting derden

Een bestuurder kan ook persoonlijk aansprakelijk zijn tegenover schuldeisers van de bv. Bijvoorbeeld als hij wist of had moeten begrijpen dat zijn handelen tot gevolg zou hebben dat de bv haar verplichtingen niet meer kan nakomen. Of wanneer hij de verhaalsmogelijkheden frustreert. Dit speelt vooral wanneer:

  • schuldeisers worden benadeeld;

  • selectief wordt betaald;

  • of vermogen uit de bv wordt gehaald terwijl duidelijk is dat financiële problemen dreigen.

Dan kan sprake zijn van een onrechtmatige daad door de bestuurder tegenover één of meerdere schuldeisers.

Wat als de BV failliet gaat?

Bij faillissement verschuift het speelveld. De curator onderzoekt dan het bestuurshandelen in de periode voorafgaand aan het faillissement. Onttrekkingen kort vóór faillissement trekken daarbij vrijwel altijd aandacht. De curator kan een bestuurder aanspreken op grond van:

  • kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW);

  • paulianeus handelen, als vermogen bewust aan schuldeisers is onttrokken.

Wat eerder nog een intern conflict leek, kan dan uitmonden in een aansprakelijkheidsprocedure met verstrekkende financiële gevolgen.

Ontbinding voorkomt geen bestuurdersaansprakelijkheid

Soms wordt gedacht dat ontbinding van de bv de zaak ‘oplost’. Dat is niet zo, want ontbinding kan niet worden gezien als een vluchtweg om te ontsnappen aan bestuurdersaansprakelijkheid. Ontbinding neemt dan ook een mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid niet weg. Ook na ontbinding – en zelfs na uitschrijving – kunnen bestuurders nog worden aangesproken voor eerder handelen.

Juist daarom kan het verstandig zijn om bij een conflict voorwaarden te stellen aan medewerking aan ontbinding, bijvoorbeeld het terugstorten van onterecht onttrokken bedragen. Hierover vertellen wij in een volgende blog meer.

Wat betekent dit in de praktijk?

De drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid is vrij hoog. Maar bij onttrekkingen uit de bv komt het risico toch vrij snel in beeld, zeker bij interne conflicten, een verslechterende financiële situaties, herstructurering of ontbinding of een dreigend faillissement.

Transparantie, zorgvuldige besluitvorming en goede documentatie zijn dan essentieel. En als er onterecht bedragen zijn opgenomen, is snel herstel vaak verstandiger dan escalatie.

Tot slot

Een bv biedt bescherming, maar is geen vrijbrief. Onttrekkingen zonder duidelijke grond of zonder instemming kunnen – zeker in een conflictsituatie – leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Word je als bestuurder aangesproken? Of twijfel je of bepaalde handelingen nog binnen je bevoegdheden of juridische mogelijkheden vallen? We denken graag met je mee.


Volgende
Volgende

Zelfstandig bevoegd bestuurder? Denk na vóór het misgaat